dopersduin > over dopersduin > doopsgezinden

Wie zijn de Doopsgezinden?

Doopsgezinden zijn een kleine, vrijmoedige geloofsgemeenschap in Nederland
(vroeger broederschap genoemd, vandaar ‘broederschapshuis’),
met haar oorsprong in de anabaptistische (wederdopers) Radicale Reformatie. 
Het begin van de beweging was roerig en gewelddadig, 
waarna ze zich onder leiding van de Friese oudste Menno Simons ontwikkelden tot 'weerloze christenen' en 'stillen in den lande'. 

Doopsgezinden komen samen in kleine, volstrekt autonome lokale gemeenschappen,
al kennen ze een vrijwillige samenwerkingsverbanden op landelijk en wereldniveau.
Doopsgezinden kennen geen hiërarchie, geen ambten, geen officiële leer.
Alle zusters en broeders zijn gelijkwaardig.
Er zijn opgeleide predikanten, maar ook die zijn ‘gewoon’ lid van de gemeente,
al zijn ze voor de gemeente 'vrijgesteld' voor bepaalde taken.
Hoewel kinderen, vrienden, belangstellenden een geliefd deel uitmaken van de gemeenschappen,
worden alleen volwassenen op hun eigen, zelfgeschreven belijdenis gedoopt en als dooplid toegelaten.
Er is een oude hang naar weerloosheid of vredelievendheid,
maar die is (in ieder geval in Nederland) niet absoluut.

Het zijn kleine gemeenschappen van vaak vrijmoedige, mondige mensen,
die in samenspraak hun koers door het leven in geloof bepalen.
Het is om die reden niet eenvoudig om de doopsgezinden te duiden: dit geloven ze,
want dat kan van doopsgezinde tot doopsgezinde verschillen.  

En toch zijn ze, door de eeuwen heen, misschien wel juist daardoor gewend geraakt om te luisteren,
om open te staan voor andere ideeën, afwijkende formuleringen, standpunten, etc.
Ze zijn gewend te verwoorden waar ze staan,
maar ook dat waarheid op verschillende manieren zichtbaar wordt in de wereld en de mensen.
Ze zijn vaak zachtmoedig, sober, informeel...
En, eerlijk gezegd, vaak ongebreideld nieuwsgierig.

Doopsgezinden hebben wat je zou kunnen noemen een ‘anekdotische’ theologie.
Vertel ze een verhaal, en ergens in hun eigen verhaal vinden ze een aanknopingspunt en leggen dat ernaast.
Waarop een volgende er weer een nét iets ander verhaal tegenaan legt en zo spint zich een avond zo maar uit…
onderhoudend, leerzaam, ontmoetend, anekdotisch.
Zo overbrugt men onbewust de verschillen…
omdat in ieder verhaal ook herkenning schuilt en dat de verbinding vormt voor het volgende verhaal.
Zelfs het grote, losse, zeer diverse wereldwijde verband van ‘doopsgezinde’
(een typische Nederlandse benaming) gemeenschappen functioneert op die manier.
Zet ze op papier naast elkaar en er lijkt nauwelijks overeenkomst te zijn.
Zet ze in levende lijve naast elkaar en er is hartelijke herkenning.
Op het menselijke vlak.
In de verhalen.
In de manier waarop ze zichzelf en de ander deel weten van het grotere geheel. 

Van oudsher kenmerken de doopsgezinden zich door hard werken en een eenvoudige leefstijl.
Het oude adagium ‘in de wereld, maar niet van de wereld’ wijst op een hang naar wereldmijding,
een niet-gelijkvormig willen zijn aan de wereld.
In enkele van de anabaptistische gemeenschappen in het buitenland wordt dit letterlijk zichtbaar (denk aan de Amish, Old Order Mennonites, Bruderhof),
in Nederland eerder in een zekere terughoudendheid om met het geloof te koop te lopen, en in een eigenzinnig wars zijn van trends.
Toch zijn ook hier sober leven, samen werken, vredelievendheid,
een persoonlijke geloofsbeleving en respect voor medemens en schepping belangrijk voor doopsgezinden nu.
En dat is ook terug te vinden in hun broederschapshuizen, zoals Dopersduin.